Gratis verzending vanaf 59 euro

Woonkamerschilderijen

Kunst op maat

Kamer voor kamer

Hoe hang je een schilderij in een smalle gang of trapgat?

5 min leestijd

Hoe hang je een schilderij in een smalle gang of trapgat?

In een gang gelden andere regels dan in de rest van het huis. Je staat er dichtbij, je kijkt er schuin tegenaan en je zit er nooit. Wie iets wil ophangen in een smalle gang, op de overloop of in het trapgat, loopt steeds tegen diezelfde drie dingen aan. Afstand, hoek en hoogte, in die volgorde, en de rest volgt daaruit.

Meet dus eerst de breedte van je gang. In veel rijtjeshuizen is dat rond de meter, en met een kapstok of een trapleuning erin houd je nog minder over. Verder dan die meter kun je niet gaan staan. Dat is je echte kijkafstand, en die bepaalt meer dan de lengte van de wand.

Er is een vuistregel die daar bijna alles beslist. Een doek overzie je pas vanaf ongeveer anderhalf keer de langste zijde. Een werk van zestig centimeter hoog lees je dus vanaf ongeveer negentig centimeter, en dat past nog. Een werk van een meter vraagt anderhalve meter afstand, en die heb je op een zijwand niet.

Vertaald naar formaten: langs de zijmuur waar je dagelijks langs schuift, komen de kleinere maten het beste uit. Een staande 40x60 of 50x70 lees je van dichtbij in één blik. De grotere maten, 60x90 en 70x100, bewaar je voor de plek waar je die afstand wel hebt. Dat is de muur die je aan het einde recht voor je krijgt, want daar kijk je de hele lengte over.

Wil je liever eerst zien wát er kan hangen dan hoe, dan staat de selectie die speciaal op deze ruimte is uitgezocht bij schilderijen voor hal en trappenhuis. Ruim vier op de vijf werken daar zijn staand, dus je komt er maar weinig tegen dat qua vorm niet in een gang past.

Dan de hoek. Langs een zijwand loop je evenwijdig aan het doek, dus je ziet het vrijwel altijd schuin. De breedte schuift dan in elkaar terwijl de hoogte gewoon blijft staan. Daarom houden staande werken zich hier zo goed: van de kant die verkleint is er weinig, en wat overblijft zie je nog helemaal.

In elk huis zijn er wel een paar plekken waar je juist recht op de muur afloopt. De wand aan het eind van de gang, de muur tegenover de voordeur, en de wand die je ziet zodra je bovenaan de trap komt. Daar komt een beeld met diepte tot zijn recht, omdat je er frontaal in kijkt. Een doorgang of een raam werkt op zo'n plek sterk, en die staan bij deuren en poorten en bij ramen en vensters.

Dan de hoogte, en die mag hier omhoog. De gebruikelijke lijn is het midden van het doek rond 145 tot 155 centimeter, maar die komt uit een kamer waar je zit. In een hal sta je altijd. Het midden mag daar richting 155 tot 160 centimeter, en dan staat het beeld recht voor je in plaats van onder je.

Onder die lijn hangt bijna altijd al iets: een kapstok, een radiator, een meterkast, een schoenenkast. Laat de hoogte dan door dat meubel bepalen en houd ongeveer twintig centimeter tussen de bovenkant ervan en de onderrand van het doek. Boven een kapstok reken je vanaf de haken en niet vanaf de plank, want in de winter komen de jassen tot daar.

Op de trap veranderen alle drie tegelijk. Je kijkpunt stijgt met ongeveer achttien centimeter per trede en schuift er tweeëntwintig naar voren, dus je ooghoogte loopt schuin mee omhoog. Hang je meer dan één werk langs de trap, laat ze die schuine lijn dan volgen. Wat er per plek werkt in een lange gang, een smalle gang of het trapgat zelf, staat uitgewerkt op de pagina over hal en trappenhuis.

Licht is hier de laatste vraag, en meestal is er weinig van. Vaak is er één raampje bij de voordeur en verder een lamp aan het plafond. Die lamp hangt dicht bij de wand en schijnt steil naar beneden, dus hij raakt vooral de bovenrand van een doek. Hang het werk daarom net buiten die lichtkegel, of kies de wand waar het licht van opzij komt. Een wandlampje of een spot die je iets van de muur af zet, doet meer dan een sterkere plafondlamp.

Overloop en trapgat zijn de twee plekken waar het omslaat. Daar heb je ineens wel afstand, soms drie of vier meter omhoog. In veel huizen zit daar het grootste stuk muur dat nergens door een deur of een kast wordt onderbroken. Alles wat beneden te groot was, komt daar juist tot zijn recht. Kijk voor die plek naar de 60x90 en de 70x100, en hang ze zo dat je ze vanaf de onderste treden al ziet.

Nog iets over het beeld zelf. Een werk met veel fijne details geeft het meeste terug op een muur waar je tegenover zit, en dat is eerder de woonkamer dan de overloop. Hier wint het doek dat je in één blik leest: één duidelijke vorm, of één kleur die de wand pakt. Je komt er tien keer per dag langs, dus dat ene blik telt op.

Doe voor je bestelt nog dit. Loop je eigen gang binnen vanaf de voordeur en let op waar je blik landt in de eerste seconde. Bij de meeste huizen is dat niet de zijwand waar je langs schuift, maar de eerste muur die je recht voor je krijgt. Daar hangt het werk het beste, en de rest mag dan gerust leeg blijven.